(Nederlands) 1821-2021: 200 jaar Griekse onafhankelijkheid

2021 is het jaar dat Griekenland haar 200 jaar onafhankelijkheid viert. Het land verwierf haar onafhankelijkheid na een vierhonderdjarige Τurkse overheersing en een zeer bloedige negenjarige oorlog tegen het voormalige Ottomaanse Rijk . Deze oorlog kostte het leven aan bijna 19% van de toenmalige Griekse bevolking. Een zeer hoog percentage! De Turken hebben de Griekse Opstand zeer streng aangepakt omdat zij niet wilden dat ook andere etnische groeperingen binnen hun Rijk dit slechte voobeeld zouden volgen.
Het Ottomaanse Rijk was een lappendeken van etnische en godsdienstige groeperingen: Turken, Albanezen, Serven, Bulgaren, Grieken, Armeniërs, Egyptenaren, Syriërs, Arabieren … In de toen bekende wereld was er nauwelijks sprake van etnische staten zoals die wij nu kennen. De Grieken waren het eerste volk binnen het Ottomaanse Rijk dat het Turkse juk heeft afgeworpen.
De Griekse Onafhankelijkheid wordt op 25 maart, de dag van de Blijde Boodschap (Annunciatie) gevierd. Volgens onze schoolboeken heeft op deze datum in 1821 de bischop van Patras Paleon Patron Germanos in het klein kerkje van Hagia Lavra in Noord Peloponnesos de wapens van de Griekse vrijheidsstrijders gezegend en op deze wijze de oorlog ingewijd… Dat is een nationale mythe… Op 25 maart 1821 was er geen mens in het kerkje van Hagia Lavra, in tegenstelling de Griekse opstandelingen hadden al eerder op 23 maart 1821 de stad Kalamata in Zuidwest Peloponnesos bevrijd! Het werd pas 8 jaar na de stichting van de Griekse Staat, op 15 maart 1838 beslist dat 25 maart een Nationale Feestdadag zou worden. Deze datum werd vastgelegd mede door onze eerste Koning Otto I van Beieren samen met de Grieks Orthodoxe Kerk.
In werkelijkheid was de Griekse Vrijheidsoorlog tussen 22 en 24 Februari 1821 in het huidige Roemenië begonnen in het toenmalige Moldavië en Vlachië hetgeen een semi- zelfstandige provincie (half Russisch – half Turks) was en waar er eveneens een bloeiende Griekse gemeenschap leefde. Griekse groeperingen waren destijds in verschillende Balkanlanden en ook in Turkije te vinden. Een talrijke Griekse gemeenschap leefde toen in de buurt Fanari in Constantinopel (Istanboel), de hoofdstad van het Ottomaanse Rijk waar ook de zetel van de Oecumenische Patriarch was die trouwens fel tegen de Griekse Revolutie was en zelfs de Griekse opstandelingen had geëxcommuniceerd (1)! De opstand in Roemenië heeft een slecht einde gehad omdat de christelijke Russen de toestemming aan de islamitische Turkse troepen gaven om het land in te trekken en het kleine en slecht getrainde Grieks leger (waaronder een deel Griekse studenten uit verschillende Europese universiteiten) te verslaan. Tevergeefs geloofden de Grieken dat “de Blonde Natie” hun orthodoxe broeders van de islamitische tirannie zouden bevrijden. Ongeveer een maand later in maart 1821 volgden de Grieken in Zuid Griekenland de opstand. In het begin werd die opstand door de Turken niet serieus genomen. De Sultan had zijn handen vol met een andere opstand in Noordwest Griekenland/ Epirus waar de Albanese landheer Ali Pasha regeerde. Ali was een beruchte figuur die met allerlei sluwe methodes in een korte tijd een eigen Rijk binnen het Ottomaanse Rijk had opgebouwd. Grote stukken Griekenland en Albanië wist hij eigen te maken.. In de hoofdstad Ioannina had hij een luxe Saray (paleis in het Turks) gebouwd met een harem van ong 500 jongens en meisjes. Hij werd snel machtig en beroemd en verschillende Europeanen hadden zelfs diplomatieke connecties met hem. Napoleon had hem een echt rijk beloofd als hij met Frankrijk tegen de Engelsen zou vechten. Ali was niet meer te controleren en begon een groot gevaar voor het Turkse Hof in Instaboel te vormen. Om de orde te herstellen binnen het Ottomaanse Rijk en om Ali Pasha te straffen werden er door de Sultan ook Turkse troepen uit Zuid Griekenland gestuurd. Dat was de ideale kans voor de Grieken in Zuid Griekenland/Peloponnesos om bijna ongestoord alle strategische plekken in de regio te veroveren en hun positie te stabiliseren. De meest beroemde leider van de Grieken was Theodoros Kolokotronis die ook de Oude man van Morias(2) werd genoemd. Kolokotronis is de meest legendarische figuur uit de Griekse Vrijheidsoorlog. Zijn familie werd generaties lang achtervolgd door de Turken en de Kotzabasides (koca-başi in het Turks) – de plaatselijke Griekse machhebbers die in dienst van de Sultan waren. Die moesten de belastingen innen en ook voor de veiligheid in hun gebied zorgen. De familie van Kolokotronis waren Kleftes hetgene rovers / bandieten in het Grieks betekent. Dat was de naam van diegenen die vrij in de bergen leefden en dus de macht van de gevestigde orde niet erkenden. Zoiets als Robin Hood maar dan op z’n Grieks.. Kolokotronis is maar net 10 jaar oud wanneer de Turken zijn vader voor zijn ogen vermoorden. Na dit tragisch gebeuren heeft hij samen met zijn moeder Zambia heel wat rondgezworven om ergens veilig te kunnen leven gezien er een klopjacht was op de hele familie. Wanneer hij 25 jaar is bevindt Kolokotronis zich op de Ionische eilanden(3) en is hij officier in het Russische en in het Engelse leger geworden. Toen de Griekse Opstand uitbrak werd hij de opperbevelhebber van het Griekse leger. Hij was zeer geliefd bij het volk en bij de soldaten maar hij vormde een grote bedreiging voor de Kotzabasides die zijn groeiende populariteit niet met goede ogen zagen..
In de eerste twee jaren van de Opstand werden belangrijke overwinningen behaald. De grootste Turkse militaire basis in Zuid Griekenland, de stad Tripolitsa, werd na een lange belegering op 23/9/1821 veroverd. Tripolitsa was het economische en bestuurlijk centrum van de Turken in de regio. Er woonden ongeveer 30.000 Turken in de stad. De verovering van de stad werd een enorm bloedbad dat internationaal nieuws haalde en de wereld schokeerde. Het is niet duidelijk hoeveel Turken werden gedood. Er wordt van 20.000 tot zelfs 32.000 doden gesproken. De verovering van de stad liep gepaard met heel wat plunderingen. Door de onbegraven doden en de plunderingen brak er een typhus epidemie uit die het leven aan een groot aantal mensen op de Peloponnesos heeft gekost (5000 tot 6000 doden). Ongeveer een jaar later stuurde de Sultan een groot leger naar Zuid Griekenland om een einde te maken aan de Griekse Revolutie. De opperbevelhebber van het Turkse leger dat 30.000 soldaten telde was Machmoet Pasha Dramalis. De Turkse overmacht was enorm maar de oorlogstechniek van Kolokotronis was onbetwist. Kolokotronis die een meester in de guerillaoorlog was heeft op 26 juli 1822 in Dervenakia met een klein leger van 2500 soldaten de Turken weten te verslaan. De Turken verloren tussen de 2000 -3000 soldaten en Dramalis vlucht met de rest van zijn leger uit Zuid Griekenland. Toch waren er Grieken die na die overwinningen de groeiende populariteit van Kolokotronis als zeer bedreigend aanzagen. Namelijk de Griekse politieke elite die de eerste Regering kort na het begin van de Revolutie had gevormd. Een regering die voornamelijk uit de reders van het eiland Hydra en van de rijke Grieken uit Constantinopel bestond. De meest vooraanstaande figuren die een grote invloed in de Regering hadden waren de reders Lazaros en Georgios Koundouriotis uit het eiland Hydra, de politici Alexandros Mavrokordatos uit Constantinopel en Ioannis Kolletis uit Epirus. Allen waren ze grote politieke vijanden van Kolokotronis. In 1823 kreeg de Griekse Regering een lening van 800000 Britse pounds van de Engelse geldleners Ricardo broeders. Van dit hele bedrag bereiken er slechts 278700 pounds Griekenland. De rest van het bedrag werd aan hoge rentes en aan commissies betaald die na de stichting van de Griekse Staat (1830) door het Griekse volk werd betaald. De lening was bestemd voor de aankoop van wapens en middelen die de opstandelingen nodig hadden tegen de Turken. Helaas werd het geld gebruikt door Koundouriotis, Mavrokordatos en hun bende om mensen om te kopen of om huursoldaten te betalen die tegen Kolokotronis zouden vechten. In Nobember 1824 brak een burgeroorlog uit die tragische gevolgen voor de Griekse Revolutie zou hebben. Nu waren het niet alleen Grieken tegen Turken maar ook Grieken tegen elkaar. In deze burgeroorlog heeft De Regering de geliefde zoon van Kolokotronis, Panos vermoord en Kolokotronis zelf in een donkere gevangenis in Hydra gestopt. Ze waren zelfs van plan om hem op te hangen. Dit was de juiste timing voor de Turkse Sultan om troepen uit Egypte naar Zuid Griekenland te sturen onder de leiding van Ibrahim Pasha. Ibrahim Pasha is een behendige bevelhebber die succesvol aan een systematische vernietiging van het schiereiland Peloponnesos begon. Duizenden mensen werden vermoord of als slaven verkocht. 60000 olijfbomen gaan in vlammen op als oorlogstaktiek. In deze ellende was er slechts één iemand die Griekenland van Ibrahim pasha kon redden en dat was Theodoros Kolokotronis. Daarom bevrijdt de Regering Kolokotronis en laten hem de weerstand tegen de Egyptenaren organiseren. Maar het was te laat. Het grootste gedeelte van het bevrijde Griekenland lag weer in handen van de Turken en de Egyptenaren. Het strategisch liggende Messolongi en Athene waren weer bezet door Turken. Het uiteindelijke plan van de Turken was een genocide op de Peloponnesos. Alle Grieken zouden vermoord worden of als slaven in de slavenmarkten van Noord Africa verkocht worden terwijl islamitische kolonisten uit Egypte naar Zuid Griekenland overgebracht zouden worden om zich daar te vestigen. Het enige wat op dat moment de Griekse Opstand kon redden was de inmenging van de Grootmachten.
Toen de Griekse Revolutie uitbrak was de Europese politiek er fel tegen. Dat was trouwens in de tijd van de Grote Alliantie. De tijd kort na de nederlaag van Napoleon bij Leipzig in october 1813. De Mogendheden in Europa waren in het algemeen tegen alle opstanden die onrust brachten binnen de door hun beheerste wereld. Zij hadden liever een makkelijk te manipuleren verzwakt Turks Rijk dan een zooitje opstandelingen die van nieuwe grenzen in de regio droomden. De orde in Europa moest gehandhaafd worden.
Aan de andere kant was dit ook de periode van het Nationalisme, een beweging die uit de Franse Revolutie werd geboren : Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap. Een leuze die in verschillende werelddelen als gemeenschappelijk doel het afwerpen van allerlei soorten tirannie had. In Haïti (1791) vocht men tegen de Franse kolonisten die het land hadden bezet, in Curaçao (1795) vocht men voor de bevrijding van de gevangen Afrikaanse slaven door de Nederlandse kolonisten, in Griekenland (1821) het afwerpen van het Turkse juk. De idealen van de Griekse Opstand spraken echter veel Europeanen met een klassieke opvoeding aan.
Die vonden het vreselijk dat de opvolgers van de Oude Grieken waar zij een grote bewondering voor hadden eeuwen lang onder de islamitische tyrannie moesten leven. Verschillende van die Philhellenen (vrienden van Hellas=Griekenland) hebben zowel op financieël en op politiek vlak de Griekse Revolutie gesteund. Beroemde Europese kunstenaars zoals de Franse romantische schilder Eugéne Delacroix hebben prachtige schilderijen gemaakt met als thema belangrijke gebeurtenissen uit de Griekse Vrijheidsoorlog zoals Delacroix’s beroemde schilderij Scéne des massacres de Scio die in het Louvre hangt. Dit werk heeft veel indruk gemaakt. Het Griekse eiland Chios (Scio in het Frans) was bekend in Europa als handelspost op de weg naar de oosterse markten en als geboorteplaats van beroemde Grieken. Daar kwamen bekende Griekse reders en geleerden vandaan waaronder de belangrijkste vertegenwoordiger van de Griekse Verlichting Adamantios Koraís die in Parijs woonde en bekend was in allerlei hoge kringen en intelectuelen in de Franse hoofdstad. De Turkse invasie op Chios koste het leven aan 42000 mensen en 52000 overlevenden werden als slaven verkocht. Deze trieste gebeurtenis werd door de pers in verschillende Europese landen uitgebreid gepresenteerd en besproken. Ook de Nederlandse schilder Ari Scheffer die afkomstig was van Dortrecht werd geinspireerd door de Griekse Revolutie. Een paar kleine schilderijen van hem die in het Museum van Dortrecht hangen hebben de Griekse Vrijheidsoorlog als thema! Steeds meer Europeanen die door de presentatie van allerlei gebeurtenissen uit de Griekse Revolutie een positieve mening over de Griekse Kwestie begonnen te vormen.
Op politiek gebied hebben de drie Grootmachten, Groot Brittanië, Tsaristisch Rusland en Frankrijk een bepalende rol in de Griekse Opstand gespeeld. De diplomatieke oorlog tussen de drie Grootmachten had als doel het behartigen van ieders eigen geopolitieke belangen in het uiteenvallende Ottomanse Rijk.. Verschillende gebeurtenisen in de Griekse Revolutie samen met bepaalde ontwikkelingen in de Europese politiek hebben geleid tot de Zeeslag bij Navarino waar op 20 October 1827 de gemeenschappelijke vloot van Groot Brittanië, Rusland en Frankrijk de Turks-Egyptische vloot heeft vernietigd. De Turken waren verplicht om Zuid Griekenland te verlaten. De Sultan was razend maar veel te zwak om tegen de drie Grootmachten te vechten..
De grote wens van de Russen was om een uitweg naar de Middenlandse Zee te creëren. Al hun havens, op die aan de Baltische zee na, bevroren in de wintermaanden met als gevolg dat zij minder actief waren op zee dan de Engelsen of de Fransen. Aan de andere kant beschouwden de Russen zich als grootste Orthodoxe Natie en dus als de oprechte opvolgers (4) van de Byzantijnen. Zij vonden dat zij de beschermers moesten zijn van alle oosterse orthodoxe christenen die sinds de val van Constantinopel in 1453 onder de Islamitische Turken leefden. Het is vooral de zeemacht Groot Brittanië die daar niet van gediend was. Een uitweg van de Russen in de Warme Zee zou de Engelse belangen in de regio zeer negatief beinvloeden. Het strategisch liggende Griekse schiereiland in Zuidoost Europa moest in Engelse handen blijven! Toen de Russen aan de Grieken een autonome staat binnen het Ottomaanse Rijk hadden beloofd kwamen de Britten met een beter voorstel: Een onafhankelijk Griekenland (maar wel onder Engelse invloed). In 1830 is Griekenland onafhankelijk geworden..Een paar jaar later zou Griekenland een Duitse koning krijgen die gekozen werd door de Grootmachten om Griekenland te regeren…Otto de eerste van Beieren. Hiermee begint de geschiedenis van de Griekse Monarchie. Maar daarover meer in een volgende keer.

(1)De Oecumenische Patriarch was verantwoordelijk voor alle orthodoxe christenen binnen het Rijk. Ging het mis met zijn onderdanen, dan riskeerde hij zijn hoofd. De toenmalige Oecumenische Patriarch Gregorios E’ zag daarom geen andere uitweg dan de opstand te excommuniceren. Misschien kon hij zo z’n leven redden… maar toen het echt uit de hand liep werd hij evenzeer opgehangen als afschrikkend voorbeeld aan de Poort van het Patriarchaat van Constantinopel die sinds die tijd dicht blijft…
(2)Morias is de middeleeuwse naam van het schiereiland Peloponnesos geweest genoemd naar het grote aantal morea’s ≈ moerbeibomen die er in Zuid Griekenland stonden en die men had aangeplant voor de toenmalige zeer bloeiende zijdeindustrie.

(3)De Ionische eilanden, Corfu, Zakynthos, Kefalonia, Ithaka en Lefkas hebben de Turkse overheersing niet gekent maar wel een Venetiaanse, een Franse, een Russische en een Engelse overheersing tot zij in 1864 één werden met Moeder Griekenland.

(4)Opvallend is dat sinds het begin van de 20ste eeuw ook de Turkse aanhangers van de theorie van het Anatolisme of Anatolialisme vinden dat juist de Turken en niet de Russen de opvolgers van het Christelijke Byzantijnse Rijk zijn omdat het Turkse volk sinds de slag bij Manzikert in 1071 een nieuwe beschaving in de regio heeft opgebouwd die de basiselementen van alle beschavingen (met Byzantium inbegrepen) van de regio heeft eigen gemaakt.